.jpg)
Ichthyosis bij de hond
Ichthyosis is een erfelijke ziekte (autosomaal recessief) die de huid (en
soms de ogen) bij honden treft. Een ongeneeslijke aandoening waarbij er
duidelijke verdikking van de buitenste laag van de huid en van de
voetzolen zichtbaar is.Getroffen honden hebben een ruwe huid bedekt met
een dikke laag vette vlokken of schubben die kleven aan de huid en het
haar. Dit veroorzaakt verschillende gradaties van ongemak, pijn en jeuk.
Van mild tot zeer ernstig. Het is niet te genezen en het is moeilijk en
tijdrovend om te behandelen. Huid-wijzigingen (achteruitgang) zijn meestal
onomkeerbaar. De bepaling van deze huidaandoening kan alleen worden gedaan
door een biopsie, welke helaas niet altijd 100% uitsluitsel geven.
Euthanasie is veel voorkomend, maar bij mildere vormen niet altijd
noodzakelijk.
Meest getroffen rassen
Doberman Pinschers, Labador Retrievers, Amerikaanse Bulldogs, Ierse
Setters, Rottweilers, Collies , Engelse Springer Spaniels, Cavalier King
Charles Spaniel, Terriers: West Highland White Terrier, Jack Russell
Terriër, Norfolk Terriër en Yorkshire Terrier.
Symptomen
1. Alle pups met deze huidziekte zullen licht afwijkend zijn bij de
geboorte.
(Buik ziet wat droog en is wat roder dan normaal)
2. Huid begint te kraken en pellen bij ongeveer 2 tot 6 weken oud.
(Het probleem openbaart zich bijna altijd op deze leeftijd)
3. Omdat de schubben zich hechten aan de huid kunnen bacteriën en gisten
zich in hoog tempo ontwikkelen, dit geeft de huid vaak een sterke geur en
veroorzaakt ontstekingen aan de huid.
4. Tannish grijze schalen, die zijn dik en vettig, gewoonlijk over de
gehele huid. ( niet altijd)
5. Er is vaak een ruwe textuur van de huid.
6. Grote hoeveelheden schilferige puin op het huidoppervlak.
7. Droge rode vlekken.
8. Harde keratine ophopingen op poten met als resultaat grotere, zwaardere
dan poten dan normaal.( in ernstige gevallen) welke pijnlijk zijn met
lopen
9. Letsels van de huid zijn meer prominent op plekken met minder haar.
Behandeling
Omdat het niet kan worden genezen moet het worden behandeld om te
symptomen te verminderen en het ongemak te beperken. Meestal zal uw
dierenarts een speciale shampoo voorschrijven ( 1x per week Sebomild P van
Virbac, voor losweken huidschilfers en vertragen van de versnelde aanmaak
van de huidlaag en naar gelang de behoefte Malaseb van Virbac, ter
genezing en/of voorkoming van gisten en bacteriën, die weer ontstekingen
van de huid veroorzaken) Na het wassen naspoelen met water, gemengd met
een beetje hydraterende olie of babyolie. Nooit rechtstreeks olie-achtige
en vettige substanties op de huid smeren i.v.m. de aanwakkering van gisten
en bacteriën.Retinoïden zijn ook affectief. Raadpleeg uw dierenarts/dermatoloog
voor de nieuwste aanbevelingen.
De wijze van vererving is Autosomaal recessief:
Dit is de meest voorkomende wijze van vererving voor genetische
aandoeningen bij honden.
Drager:
Indien slechts 1 van beide ouders drager is, dan zal hij/zij deze
eigenschap doorn het nageslacht, die het op hun beurt weer doorgeven, enz,
enz, Dit zonder dat er symptomen aanwezig zijn. Op die wijze wordt
ongemerkt de afwijking als een olievlek verspreidt.
Lijder:
Om te worden aangetast (lijder zijn), moet het dier 2 kopieën van het gen
erven, 1 van elke ouder. Beide ouders moeten dus drager zijn.
Het volgende schema wordt het meeste gehanteerd:
Vrij x Vrij = 100 % vrij
Drager x Vrij = 50% vrij, 50% drager
Drager x Drager = 25% vrij, 50% drager, 25% lijder
Lijder x Vrij = 100% drager
Lijder x Drager = 50% drager, 50% lijder
Lijder x Lijder = 100% lijder
Zolang de frequentie van een gen voor een recessieve aandoening laag
blijft in het ras, kan de specifieke gen vele generaties worden
doorgegeven voordat bij toeval 2 dragers worden gepaard en lijders geboren
worden. Echter, de gen frequentie kan ongewoon hoog geworden door de
langdurige ongemerkte verspreiding en daarnaast ook bv door het populaire
“Sire-effect”, wanneer een vader met een schadelijk recessief gen (drager)
vaak gedekt heeft, omwille van wenselijke eigenschappen.
Omdat het recessieve gen wordt vervoerd in de populatie van op zicht
normale dieren, is het zeer moeilijk om deze eigenschappen uit te roeien.
Echter, de aantallen kunnen worden verlaagd door de identificatie van de
foutieve gen in vervoerders, door middel van test waarmee men bezig is om
te ontwikkelen, gevolgd door het gewetensvolle gebruik van deze informatie
in de fokprogramma's. . Dierenartsen, fokkers en rasverenigingen moeten
allemaal samenwerken om aanzienlijke vooruitgang te bereiken.
Het beste advies is ,niet te gebruiken voor de fok zijn:
Getroffen honden( lijders), hun ouders (dragers) en zolang er geen test
beschikbaar is hun broers en zussen (verdachte dragers).
Daar wordt verschillend over gedacht en die verantwoordelijkheid zal
iedere fokker voor zichzelf moeten nemen.
University of Pennsylvania
info
Margret Casal, Dr med vet, PhD, DECAR
Elizabeth Mauldin DVM, DACVD, DACVP
casalml@vet.upenn.edu; 215-898-0029
emauldin@vet.upenn.edu;
215-898-8861